De hele tweede kamer vervangen door een geloot gezelschap is misschien wel de simpelste, maar lijkt niet per se ook de beste manier om de steekproefdemocratie in te voeren. Maar er is ook geen reden om vast te houden aan de huidige tweekameropzet. Bouricius stelt bijvoorbeeld voor het democratische systeem uit een aantal “organen” te laten bestaan, elk met een eigen takenpakket en opzet om op die manier wel de voordelen van loting te kunnen genieten (meer representativiteit en integriteit), maar geen last te hebben van de nadelen (betrokkenheid en expertise kwijtraken). Die opzet, hieronder kort uiteengezet, hoeft niet exact gevolgd te worden, maar verruimt het kader waarin we kunnen denken over een nieuw democratisch systeem.
Er is een agendaraad, die de te adresseren punten prioriteert; niet op basis van electorale verkoopbaarheid, maar op basis van maatschappelijk belang. Iedereen kan punten inbrengen bij deze raad middels een petitie. De leden van de raad worden geloot, maar melden zich vervolgens aan op basis van vrijwilligheid.
Er is een regelraad, die bijvoorbeeld bepaalt aan welke eisen de bovengenoemde petitie moet voldoen, uit hoeveel leden de overige organen bestaan, hoe de loting werkt, hoeveel punten er geprioriteerd mogen worden door de agendaraad, etc. De raad bestaat uit gelote burgers die in andere raden actief zijn geweest en daar ervaring hebben opgedaan. Leden worden maar voor een korte termijn aangesteld en moeten voor een algemeen rechtvaardige organisatie zorgen, niet voor bijzondere regelingen per wetsvoorstel. Je zou hier kunnen afspreken dat hun besluiten altijd alleen maar gelden voor nieuwe zaken, niet voor lopende.
Er zijn betrokkenencommissies van ong. twaalf vrijwilligers die voorstellen uitwerken maar daar niet zelf over mogen stemmen. Commissieleden melden zichzelf aan en worden niet geloot, hoewel een combinatie van proactieve aanmelding en loting natuurlijk ook mogelijk is.
Er is een controleraad van zo’n 150 leden (?) per beleidsgebied die grofweg doet wat onze Tweede Kamer nu doet, maar dan zonder wetten te initiëren of daarover te stemmen. De controlecommissie organiseert hoorzittingen, nodigt experts uit en kan voorstellen uit de betrokkenencommissies licht aanpassen, daar doelen voor formuleren of voorstellen terugsturen. De leden van de raad worden geloot, maar melden zich vervolgens aan op basis van vrijwilligheid. De leden kiezen, anders dan bij de betrokkenencommissies, niet zelf een domein om belangenverstrengeling te voorkomen.
Ten slotte zijn er beleidsjuries. Omdat dit aparte organen zijn, is het onwaarschijnlijk dat extreme voorstellen die door (ongewenst) groepsdenken de vorige twee commissies hebben overleefd ook deze juries overleven. Een beleidsjury is een ad hoc vereniging die over één wetsvoorstel stemt. De leden luisteren naar presentaties van voor- en tegenstanders van een wetsvoorstel en stemmen hierover zonder verder debat. Gegeven de moderne communicatiemogelijkheden zouden deze juries misschien wel in de vorm van digitale enquêtes georganiseerd kunnen worden.
Alle organen worden door een staf ondersteund. De stafraad ziet erop toe dat de staven door de juiste medewerkers worden gevuld en dat hierbij geen oneigenlijke macht met een eigen voorkeur ontstaat. Ook de leden van de stafraad worden geloot.